Dashi is vooral bekend in veel landen in Azië, maar hier weten alleen de echte kenners wat het is. Dashi kun je eigenlijk zijn als bouillon, een visbouillon wel te verstaan.  Oorspronkelijk komt Dashi uit Japan, maar het wordt vandaag de dag door heel Azië gebruikt als basis voor ontelbare recepten. Het mooie aan het ingrediënt is dat het heel makkelijk te maken is. Helaas neemt niet iedereen hier meer de moeite voor en heb je ook ‘kant en klare’ Dashi in de schappen van de supermarkt liggen. Dashi is, doordat het in te vriezen is, lang houdbaar. Tot wel 90 dagen!

Je zou Dashi kunnen opdelen in 5 verschillende soorten. Je hebt niboshi dashi, shojin dashi, nibam Dashi, ichiban Dashi en kombu Dashi. De basis voor elke Dashi is nagenoeg het zelfde, alleen de ene soort is meer geschikt voor soepen terwijl de ander het best tot zijn recht komt als basis voor grotere en zwaardere gerechten. Op internet kun je uitgebreide omschrijvingen vinden over elke soort Dashi.  

Kant en klare Dashi

We hadden het er al even over dat Dashi ook kant en klaar in de supermarkten verkrijgbaar is. Dit is echter geen aanrader! Zeker wanneer je Dashi voor de eerste keer probeert is het verstandiger om het zelf te doen. De meeste kant en klare versies zijn lang niet zo goed als het origineel en gaan je ervaringen ermee honderd procent belemmeren.

Zelf Dashi maken? Zo doe je dat!

Zelf Dashi maken is niet eens moeilijk, het kost alleen even tijd. Je begint door kombu (een soort zeewier) te laten weken in water. Je kunt dit het beste een dag van tevoren doen voor het beste effect. Vervolgens zet je de kombu op een laag vuurtje, doe dit voor 5 á 10 minuten tot het water kookt. Daarna haal je de kombu uit het water. Als laatste ga je de katsuobushi toevoegen aan het water. Kook dit even snel één minuutje op een hoog vuurtje en laat vervolgens 5 minuten trekken met het vuur uit. Tenslotte filter je het water en blijf de Dashi over. Smakelijk!